Siemens

Visie & opinie door redactie HealthMatters |

Visie Jules Keyzer over kosten besparen in diagnostiek

Tekstgrootte

“Diagnostiek die niet nodig is, moeten we niet willen”

Kosten besparen in de diagnostiek: is daar na alle kortingen en budgetbeperkingen van de afgelopen jaren nog wel ruimte voor? Jules Keyzer, directeur en oprichter van Diagnostiek voor U, denkt van wel. Mits we laboratoriumcapaciteit de komende jaren ingrijpend reorganiseren en inzetten op ontwikkeling van een 1,5e lijn.

Als je de laboratoriumstraat van Diagnostiek voor U in Eindhoven bezoekt, vallen twee dingen op. Om te beginnen het geringe aantal mensen op de werkvloer. Een handjevol medewerkers houdt, vooral vanuit een centrale ‘cockpit’, toezicht op het volledig geautomatiseerde proces. En ten tweede de enorme omvang van de ruimte. De bovenste verdieping van het pand – een voormalige autoshowroom – is door Siemens als hoofdaannemer ingericht met de grootste geautomatiseerde analysestraat van Nederland. Her en der is langs de lopende band alvast een plek gereserveerd voor eventuele extra analysers in de toekomst. En nog steeds is de ruimte nog maar voor de helft gevuld.

Zinnig en zuinig
Volgens directeur en oprichter Jules Keyzer biedt de locatie voldoende ruimte om de productiecapaciteit de komende jaren op te voeren van ruim 4 miljoen tot meer dan 10 miljoen bepalingen per jaar. Maar Keyzer is niet uit op extra omzet for the sake of it. “Diagnostiek die niet nodig is, moet je hier niet willen. Ons motto is ‘zinnige, zuinige zorg’.” Die overtuiging had hij al toen hij als net afgestudeerd klinisch chemicus in Groningen in aanraking kwam met één van de eerste huisartsenlaboratoria van Nederland. Hij wist gelijk dat hij zo’n voorziening ook in zijn geboortestad Eindhoven van de grond wilde krijgen. “Diagnostiek was destijds vaak alleen in ziekenhuizen beschikbaar. Als huisarts kon je niet eens onderzoeken aanvragen, je moest gewoon je patiënt doorverwijzen naar de specialist.”
Die werkwijze was Keyzer een doorn in het oog. “Ik heb altijd de stellige overtuiging gehad dat patiënten die niet in ziekenhuizen hoeven zijn, er ook niet moeten komen.” Hij zag een “one-stop shop” voor zich op diagnostisch terrein, puur voor de eerste lijn. In Eindhoven liep hij vervolgens tegen een unieke kans aan. Philips, dat al sinds de jaren ’20 van de vorige eeuw een eigen gezondheidsdienst voor medewerkers én familie had, wilde er een punt achter zetten. Hij zag kansen en stelde voor het diagnostische deel buiten Philips voort te zetten. “Het mooie was dat het niet alleen om laboratoriumdiagnostiek ging, maar ook om medische beeldvorming. We konden dus een – zeker voor die tijd – heel compleet pakket aanbieden.”

Siemens Diagnostiek voor u-4

Ondernemen en samenwerken
Dertig jaar later is Diagnostiek voor U een van de grootste zelfstandige diagnostische centra in Nederland. Met drie hoofdvestigingen, 30 diagnostische locaties en 130 bloedafnamelocaties in Oost-Brabant en Limburg. Het portfolio is nog steeds opmerkelijk breed en omvat ook beeldvorming, slaapapneudiagnostiek en cardiologische diagnostiek.

Hoewel zijn bedrijf altijd een stichting zonder winstoogmerk is geweest, voelt Keyzer zich absoluut ondernemer. “Zij het een ondernemer zonder ondernemersloon en aandeelhouders.” Wel vraagt ondernemerschap in de zorg om andere competenties dan in andere sectoren; volgens Keyzer draait het niet zozeer om succesvol concurreren als om succesvol samenwerken. “Ziekenhuizen vonden ons in het begin overbodig. Ik heb ze dus altijd nadrukkelijk opgezocht, om uit te leggen dat we er voor de eerste lijn waren. En dat we daarbij juist graag hun specialisten en deskundigheid wilden betrekken. Dat heeft ons buiten de sfeer van harde concurrentie gebracht. Ik ben vooral trots op het feit dat we al 15 jaar een grote bloedafnamedienst hebben waar alle ziekenhuizen en trombosediensten gebruik van maken. Dat heeft ons tot een grote, geaccepteerde partner gemaakt.”

Van 1e naar 1,5e lijn
Zijn primaire klantgroep – de eerste lijn – is in de loop der jaren onherkenbaar veranderd. “Vroeger waren huisartsen solisten met een verbouwde garage en een assistente. Nu praat je over gezondheidscentra met 30 professionals die véél meer gespecialiseerde zorg bieden. 90% van de diabetespatiënten komt niet eens meer in het ziekenhuis. In zekere zin is de huisarts van nu de internist van 30 jaar geleden.”
Heeft de verschuiving naar de eerste lijn de zorg per saldo doelmatiger gemaakt? “Ik denk het wel. Huisartsen leveren relatief goedkope en efficiënte zorg, ook op het gebied van diagnostiek. In ziekenhuizen is de neiging om heel geprotocolleerd eerst een heel pakket diagnostiek af te werken. Een huisarts is zuiniger, die doet heel veel met relatief weinig diagnostiek.”
De volgende stap is volgens Keyzer om huisartsen niet alleen met laboratorium- en beeldvormende diagnostiek te ondersteunen, maar ook met specialistische kennis. Dit najaar gaat in de regio Eindhoven een initiatief van start onder de naam “Centrum voor Huisarts & Specialist”. Huisartsen kunnen voortaan een “specialistisch consult” afnemen. Specialisten houden spreekuur, om te beginnen in een pand van Diagnostiek voor U, en rapporteren na afloop aan de huisarts. Die behoudt op deze manier de regie over de patiënt, en verwijst alleen complexe gevallen door naar het ziekenhuis.
Het principe van zulke ‘anderhalvelijnszorg’ is niet nieuw: “In Maastricht is er al ervaring mee opgedaan en het blijkt dat tweederde van de onderzochte patiënten gewoon bij de huisarts kan blijven.”

De koninklijke weg naar concentratie
Dergelijke initiatieven vragen (opnieuw) om goede samenwerking. En dat is er volgens Keyzer de afgelopen jaren niet makkelijker op geworden. Vooral door de kortingen en budgetbeperkingen. “De vergoeding van analyses is in vier jaar tijd met zo’n 50% gedaald.” Je zou zeggen: dat helpt om partijen nader tot elkaar te brengen en samen naar efficiëntie te zoeken. Maar Keyzer ziet toch vooral dat de strijd om de patiënt toeneemt. “Als er gekort wordt, is de reflex om dat te compenseren met extra patiënten. De concurrentie is verhevigd.”
Dit leidt op termijn onherroepelijk tot een herstructurering van de markt. “Ik denk dat voor de meeste laboratoria de bodem wel bereikt is. De enige manier om verder te besparen, is door opschaling. Dat kan door dezelfde typen laboratoria te concentreren, of door ontschotting tussen verschillende disciplines, denk aan het centraliseren van monsterinname. Alles bij elkaar moet het volgens mij nog steeds mogelijk zijn om zo’n 20% aan kosten te besparen.” Uiteindelijk ziet Keyzer een hub-and-spoke-model voor zich, zoals in Groot-Brittannië, met in elke regio één centraal productiecentrum en afgemeten capaciteit in ziekenhuizen voor zeer specifiek en/of spoedeisend onderzoek.
De vraag is alleen hoe we zover komen, en vooral wie de benodigde knopen doorhakt. “In Engeland kan de regering gewoon beslissen dat het zo moet. Hier ontbreekt vooralsnog een duidelijke regisseur. Maar het is wel de richting die we op moeten.”

Investeren om te besparen
Hoewel er ruimte is voor kostenbesparing in de diagnostiek, waarschuwt Keyzer voor een te eenzijdige blik. De discussie moet volgens hem óók gaan over nieuwe vormen van diagnostiek die élders in de keten geld kunnen besparen. “Denk aan het maken van een genetisch profiel, waarmee je vooraf kunt bepalen welk geneesmiddel in welke dosering het beste werkt voor de patiënt. Die werkwijze wordt in de landen om ons heen veel toegepast. Maar hier komt het op de een of andere manier niet van de grond.” Ook op dit gebied pleit Keyzer voor duidelijke regie. “Als verzekeraars zouden zeggen: ‘wij contracteren alleen instellingen die vooraf een genetisch onderzoek doen’, waren we morgen klaar. Nu laten ze het aan de afzonderlijke instellingen over.”

Niet stapelen
Nieuwe diagnostische bepalingen kunnen de zorg effectiever én – per saldo – goedkoper maken. Maar dan moeten we volgens hem óók aan de orde durven stellen of de ‘oude’ bepalingen nog wel allemaal nodig zijn. “Dat gebeurt nog te weinig. Denk aan het vaststellen van een ontsteking. Dat gebeurde vanouds met het meten van bezinking. Inmiddels zijn er veel betere methoden, zoals de CRP-bepaling. Toch zie je dat reumatologen die zo’n CRP-bepaling aanvragen vaak óók de bezinking willen laten meten. Gewoon omdat het zo in het protocol staat. Maar ik vind: als je nieuwe schoenen hebt, moet je de oude ook durven weggooien.